Château’s Latour, Cos d’Estournel en d’Yquem

 

We komen wel vaker in de Médoc boven Bordeaux, maar 27 en 28 mei 2010 waren  toch wel heel bijzondere dagen in het leven van een amateur wijnmaker.

 

Wijntripjes maken, wijnboeren bezoeken, zo nu en dan een château van binnen mogen zien... Dat zijn de krenten in de pap van het leven van een wijnliefhebber. Maar de wereldtop, daar kom je als amateur niet binnen. Mijn partner en ik zouden dolgraag eens een kijkje nemen op Château d’Yquem. In Nederland verzekerde men ons, dat er wachtijsten voor professionals zijn van soms wel 10 jaar voor een bezoek aan dit Walhalla van de dessertwijn. De enige premier grand cru voor witte wijn. “Ach, dat valt misschien nog best wel mee”, meldde Patricia Grassin, die accountmanager was op Cos d’Estournel in St. Estèphe.

In april 2010 kwam het bericht, dat we eind mei welkom waren. En o, ja, we konden ook nog langs op de château’s Latour (premier grand cru) en Cos d’Estournel (deuxième grand cru). Bofkonten die we zijn.

 

LATOUR
Een gîte in de Médoc was vlot geregeld, en ‘s morgens op 27 mei togen Patricia Kees Bisseling (vroegere roeimaat en maître de chais geweest op Chateau d’Aurilhac), mijn vriendin Dinie en ik naar Pauillac, waar Château Latour ligt.

Een korte uitleg over dit domein: http://nl.wikipedia.org/wiki/Chateau_Latour.

Na een strenge screening door beveiligers was de ontvangst allerhartelijkst.

Men vroeg ons of wij na de rondleiding (zowat privé, zo met ons vieren) primeurwijn wilden proeven. Die wordt meestal aan gasten gewoonlijk niet voorgezet, omdat die eigenlijk nog ondrinkbaar is. Maar wel interessant, natuurlijk, zeker voor zulke kleinschalige wijnmakers zoals wij (“Ah, vous faîtes des microvinifications!” - en dan mag je alles weten).

 

 

 

 

 

De geproefde wijnen op Latour waren inderdaad bijzonder: De 2006 en 2007 gaven de richting aan, waarin de 2009-wijnen zich zouden kunnen ontwikkelen. De 2009’s waren hard, barstenvol tannines, maar meer dan mondvullend en boordevol fruit. De 2006 en 2007 waren duidelijk op weg naar een ronde drinkbaarheid. Naar men zegt zou 2009 nog veel beter worden dan de andere twee en lager bleek dat ook zo te zijn. Maar wij waren met deze proeverij al hoogst vereerd.

 

COS d’ESTOURNEL

“Willen jullie vanmiddag nog even rondkijken op Cos?” was de overbodige vraag van Patricia. We waren daar al eens geweest in 2003 en in 2007-2009 is alles totaal verbouwd. Konden we in 2003 nog buiten op een torentje staan, nu waren de torentjes er alleen nog voor de sier. Maar de wil om te excelleren is niet veranderd sinds 1811, toen Louis Gaspard d’Estournel (door zijn Indiase connecties de Maharadja van St. Estèphe genoemd) het domein erfde.

Meer info: www.estournel.com/en/home.

Kijk mee en verbaas je over het staal en glas in dit château.

 

 

 

 

 

 

Ook op Cos proefden we wijnen. Voorheen stond de streek rondom St.Estèphe bekend om zijn keiharde tannines, maar de tijden zijn veranderd en de wijnen zijn hoewel vol en stoer, nu een stuk toegankelijker. Opmerkelijk was de Goulée 2009 (La Goulée is een minuscuul haventje aan de Gironde in de noordelijke Médoc). Te proeven was hoe uit druiven van eenvoudige komaf met briljante vinificatie een schitterende wijn gemaakt kan worden En naar de maatstaven van Cos nog betaalbaar ook (EUR 25,= per fles).

 

YQUEM

Een dag later, op 28 mei 2010 gingen we weer met ons vieren op weg, nu naar het 120 km zuidelijker gelegen Château d’Yquem, waar de hele reis deze keer om begonnen was. Meer over Yquem op Wikipedia.

En opnieuw bleek weer opnieuw wat er toch altijd zo leuk is bij bezoeken van wijnbedrijven. Als het ijs gebroken is, blijkt al die chique allemaal gewoon mensenwerk. We liepen vergezeld van een charmante gids (zij gebroken Engels, wij gebroken Frans) rond Yquem en iemand van het personeel zette de gazonsproeiers aan. Dat was hollen en lachen op dit chique chateau met een historie die teruggaat tot de 13e eeuw.

 

 

 

 

 

 

Het oogstjaar 2007 was in de Sauternes een uitzonderlijk goed jaar, misschien nog wel beter dan 2001. De wijn die wij proefden had al het fraais van een Sauternes: Een diepgouden kleur, aroma’s van acacia, noten, een hint van mandarijnen, abrikozen en sinaasappelschil. Niet eens erg zoet in de mond, maar wel ongelofelijk complex, een lange afdronk met impressies van honing. Een voorrecht om zo’n wijn te mogen proeven. Toen wij ons verontschuldigden voor het feit, dat we deze wijn niet in het spuugbakje (crachoir) lieten eindigen, maar doorslikten, antwoordde onze gids Anne glimlachend, dat het crachoir er eigenlijk alleen voor haar stond.

Kijk en luister op Youtube wat wijnmaker Pierre Lurton zelf over de oogst vertelde (Engels) tegenover het tijdschrift Decanter. Ze zijn daar niet over één nacht ijs gegaan.

 

De rest van de vakantie kon na deze dagen niet meer stuk. Bezoeken aan de inmiddels schitterend gerestaureerde binnenstad van Bordeaux; vogels kijken en fotograferen bij Le Teich aan het Bassin d’Arcachon (Aanrader! Kilometers goed bewandelbare paden met 22 vogelkijkhutten of -schermen); wandelen langs de Gironde, het grootste estuarium van Europa, en dwalen op het rustige platteland van de Médoc. Wat wil een mens nog meer?