Rubinus wordt gemaakt aan de rand van de Kempen in het Brabantse dorp Diessen, dat ligt op 12 km ten zuidoosten van Tilburg.
Wapen van Diessen (zelfstandig tot de herindeling met Hilvarenbeek in 1997)
Onze druiven zijn geplant in een tuin, die ligt in het gebied achter de voormalige boerderijen aan de Lombartsstraat, tot waar nu de Gildeweide ligt. In de zeventiger jaren ontstond hier een woonwijk. Sinds 2010 hebben we ook een miniwijngaard op het Diessense volkstuincomplex Gulden Akker.
Een belangrijke kwaliteitsfactor: de bodem
De ondergrond van onze tuin wordt gevormd door een dekzandrug in het vroegere stroombed van de Reusel. Daarop ontstond bos en later heide. Midden 19e eeuw werd dit gebied ontgonnen voor akkerbouw en de boeren reden hierop lange tijd hun potstalmest uit.
Op oude landkaarten staat dit gebied ten westen van de Reusel aangeduid als Diessense Akkers. Het iets glooiende profiel van de bolakkers is hier en daar nog zichtbaar in het landschap. Onze tuin ligt op zo'n oude bolakker.
De druiven profiteren optimaal van de fysisch geografische omstandigheden: De bovenlaag, gevormd door de vroeger aangebrachte potstalmest, heeft een losse, kruimelige structuur die ideaal is voor planten en dieren. Tekenend is de grote hoeveelheid regenwormen. De dieper gelegen dekzandrug zorgt voor een goede natuurlijke drainage. Voor blauwe druiven ideaal en wanneer daarvan wijn gemaakt wordt, is goede waterafvoer een must (dé kwaliteitsfactor in de Bordeauxstreek)..
Expositie ten opzichte van de zon en microklimaat
Westgevel en pergola in beginfase
De meeste druivenplanten staan tegen de zuid-
Deel van de zuidgevel
Over de rijping maken we ons daarom nooit veel zorgen. De druiven aan de zuidgevel bereiken suikerwaarden die goed zijn voor 13% alcohol. Ook de westgevel houdt na zonsondergang nog lang veel warmte vast.
Koele klimaatzones
Op veel plaatsen is het klimaat zo koel, dat volledige rijping van druiven niet mogelijk is. Een vroegrijpend druivenras kan dan de oplossing zijn. Helaas kan een lange rijpingsduur lastig zijn als de druiven gevoelig zijn voor schimmels en gaan rotten als ze lang moeten hangen. En dat los je op met bespuitingen of rassen die minder gevoelig zijn voor schimmels.
Maar toch, zogenaamde cool climate viticulture is niet alleen maar een probleem. Een lange rijping geeft namelijk tijd voor opname van allerlei (minerale) voedingsstoffen en voor gunstige chemische veranderingen in de druif. Zulke druiven geven later mooie complexe wijnen.
Voorbeeld: De laatrijpende Riesling geeft in de koelste streken van Duitsland en Oostenrijk de beste wijnen. Deze koning van de witte druiven heeft zelfs het koele Canada veroverd. Riesling uit warme gebieden zou die naam eigenlijk niet mogen dragen.
Ander voorbeeld: Sauvignon Blanc excelleert in de koele zones van Nieuw-
Voor wat betreft rood doet Pinot Noir het vooral goed in de relatief noordelijke
Bourgogne (niet dus in het Franse zuiden), in Nieuw-
De les uit dit alles: net goed is het best.
Misverstanden
Over cool climate viticulture bestaan veel misverstanden. Vaak dicht men zulke regio's een kort groeiseizoen toe, maar dat is maar de halve waarheid. In warme regio's wordt soms al in begin augustus geoogst en eigenlijk heb je dan juist een kort seizoen: De periode waarin optimale rijping van de druiventrossen plaatsvindt, is erg kort. En een langdurige rijping is juist goed voor de kwaliteit van de wijn.
Uiteraard is altijd wel helder zonlicht nodig voor de suikervorming. En daarvoor zijn in Duitsland vooral de steile hellingen met oriëntatie op het zuiden zeer geschikt, zie de pagina met foto's.
Uitzonderingen?
Soms geven Rieslings ook mooie wijnen in warmere klimaten. Maar dan vooral als de nachten erg koud zijn. De warmte overdag is dus niet het enige dat telt bij het uitrekenen welke druivenrassen geschikt zijn voor welke klimaten. Het begrip cool climate is daarom aan een nuancering toe